Volg ons op Twitter

Facebook

2 days ago

Ander Europa

Geen muur?
Hoe Fort Europa om een georganiseerd onthaal van vluchtelingen te vermijden zijn grenzen verlegt naar het Zuiden van de Sahara en daar meteen een vernieuwd militair en politioneel neokoloniaal bewind installeert wordt geïllustreerd in Sahara, de reportagereeks van Bram Vermeulen(VPRO), binnenkort ook te zien op de Vlaamse VRT en online:https://www.vpro.nl/programmas/sahara/
... Lees meerSee Less

Bekijk op Facebook

Staatssteun, niet immigratie, is het EU-debat dat we hadden moeten voeren

door Ben Wray (*)
7 juni 2019

 

Hadden we in het voorbije decennium geen ander debat moeten voeren over de EU, nu de toekomst van British Steel en Bifab op losse schroeven staan en de nood aan een Green New Deal steeds dringender wordt?

(*) Ben Wray is redacteur van CommonSpace, het informatiekanaal van Common Weal, een denktank en belangenbehartigingsgroep die campagne voert voor sociale en economische gelijkheid in Schotland. Het voorliggend artikel verscheen op 23 mei 2019 in CommonSpace onder de titel Analysis: State aid – not immigration – is the debate about the EU we should have had. We danken Ben Wray voor de toelating voor vertaling en publicatie.

 

Nu er miljoenen mensen in het Verenigd Koninkrijk vandaag [23 mei] gaan stemmen voor het Europees Parlement is het goed wat afstand te nemen van het kluwen van de Britse politiek en wat na te denken over het debat dat we gehad hebben en dat ons tot deze vreemde impasse bracht.

Vóór het referendum van 2016 was er één onderwerp dat onze gesprekken over de EU domineerde: immigratie. Waarover het ook ging, huisvesting, jobs, lonen, misdaad, alles leek opgeslokt te worden door een immigratiekolk, wat onvermijdelijk tot de vraag leidde of de EU en het vrij verkeer van arbeidskracht in de 28 lidstaten de bron was van al onze ellende.

In zekere zin is het duidelijk waarom dit gebeurde: economische crisissen met het formaat van 2008 leiden vaak tot vijandige reacties op buitenlandse invloeden, vooral bij degenen onderaan de pikorde. Klassendiscriminatie maakte altijd al een sterk onderdeel uit van anti-migratiegevoelens; niemand maakte zich zorgen over de ‘non-doms’ 1 of de buitenlandse voetballers in de Premier League, het was de poetsman uit Roemenië of de Poolse bouwvakker die het probleem was.

Deze economische voorstelling van zaken paste voor velen van een bepaalde generatie goed samen met een gevoel dat de cultuur te vlug aan het veranderen was, op een destabiliserende wijze. Samen met de ‘War on Terror’ en toenemende anti-moslimgevoelens ontwikkelde dit zich tot een reactionair verhaal met de vreemdeling als erfzonde, en de EU als de zonde.

Het is merkwaardig hoe snel deze gevoelens veranderden na het Brexitreferendum, waar plotseling Brexit zelf en de mislukking van de onderhandelingen voldoende voedsel gaven aan de wrok en de woede van een tegen de EU gerichte opinie. Zoals we vroeger reeds meldden viel het immigratiethema als een steen als onderwerp van politieke bekommernis onder het Brits publiek, net zoals de bekommernis over Brexit en EU bijna van de ene dag op de andere naar de top van de politieke agenda verschoven.

 

Bekommernissen in de Britse publieke opinie van 2000 tot 2018 (laatste poll in mei 2018). In 2000, en opnieuw in 2018 overheerst de gezondheidszorg (NHS= National Health Service). De financiële crisis domineert van 2008 tot circa 2015. Het immigratiethema bereikt een top vlak voor het Brexitreferendum, maar wordt vanaf dan overschaduwd door Brexit zelf. Daarna zegden steeds minder Britten dat immigratie voor hen een hoofdbekommernis is.

 

Samengevat: in het decennium sinds de financiële crash van 2008 kende het debat over de EU twee fases: eerst de immigratiefase, gevolgd door de fase van de Brexit-onderhandelingen. Maar natuurlijk is er over de EU meer te doen dan het vrij verkeer van arbeidskracht en constitutioneel geruzie. In feite behoort migratie waarschijnlijk niet tot de top 10 van de belangrijkste aangelegenheden waarmee we in de 21e eeuw zullen geconfronteerd worden. Klimaatverandering, automatisering, het mondiaal financieel systeem en andere fundamentele kwesties, dat zijn allemaal andere aspecten van de EU buiten het vrij verkeer die onze aandacht vragen.

Een van deze aandachtspunten betreft de regels over staatshulp. Kan men één grote planetaire uitdaging vernoemen die geen strategische economische tussenkomst van de staten zal vereisen? De vraag hoe de staat optreedt, en wat de regels zijn om tussen te komen zijn twee van de belangrijkste scheidslijnen in de intellectuele geschiedenis van de economie, gaande van het keynesianisme dat pleitte voor staatstussenkomst om de kapitalistische orde in stand te houden, over het socialisme dat de staat opriep voor een democratische controle van de economische infrastructuur en die zo te verdelen dat er tegemoet gekomen wordt aan sociale noden, tot het neoliberalisme dat ervoor pleitte dat de staat zich beperkt tot een aantal regulerende functies om de ‘vrije markt’ toe te laten ‘rationele economische keuzes’ te maken.

Het is deze laatste ideologie die de basis vormt voor het staatssteunbeleid van de EU, die waarschuwt dat “steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van
bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar [zijn] met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.” (Verdrag op de werking van de EU, Art. 107).

Voorstanders stellen dat deze regels politici ervan weerhouden om gunsten te verlenen aan hun vriendjes in de privésector, en op die manier andere bedrijven te benadelen, of het nu binnen- of buitenlandse zijn. ‘Eerlijke’ marktconcurrentie over de hele EU betekent dat de efficiëntste bedrijven het best presteren, waardoor het ontstaan van netwerken van vriendjespolitiek tussen regeringen en bedrijfsleiders bemoeilijkt wordt.

Deze gedachtegang is doordrongen van het idee dat het kapitalisme op zich eerlijk is, efficiënt en dynamisch zolang de staat het niets in de weg legt. Maar de geschiedenis van het kapitalisme leert ons dat dit niet het geval is: machtige bedrijven die gedurende decennia en zelfs eeuwen hun macht gevestigd hebben op de controle van de grondstoffen, onder andere door het plunderen van landen in de Derde Wereld, zijn in staat om hun macht aan te wenden om concurrenten, tegenstanders en de planeet zelf uit te persen, teneinde hun winsten te maximaliseren. Ze kunnen grondbezit opkopen niet om het productief te gebruiken, maar eenvoudigweg om concurrenten de pas af te snijden. Bedrijven kunnen zich buitensporig laten leiden door  kortetermijnbeslissingen die in de smaak vallen van de aandeelhouders, eerder dan na te denken over investeringen in onderzoek en ontwikkeling om technologische vooruitgang te maken.

In werkelijkheid, zoals aangetoond door Marriana Mazzucato in The Entrepreneurial State , heeft het kapitalisme voor zijn dynamisme op de Staat gesteund, omdat deze door zijn omvang en langeretermijnperspectief belangrijke technologische doorbraken mogelijk maakt, zoals het internet, of haast alle onderdelen van de iPhone.

En als we de economie bekijken door de lens van de klimaatverandering, is het idee dat de staat niet strategisch mag tussenkomen om kernaspecten van productie en investering te controleren en te richten ronduit absurd. Geen ernstig mens kan vandaag nog denken dat de snelle vermindering van CO2-uitstoot die we nodig hebben in het komende decennium kans maakt als we wachten op het groene kapitalisme.

Vanuit dit perspectief is het zeer problematisch dat regels over staatssteun in essentie een Groene New Deal verbieden, want dit gaat over selectieve staatstussenkomst in de economie om de infrastructuur aan te pakken, huisvesting en transport energie-efficiënt te maken, enzovoort.

In uitzonderlijke gevallen wordt staatssteun toegelaten, om bijvoorbeeld “om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”, zoals bij de redding van de banken in 2008, of  “om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken”, maar een betwiste beslissing komt voor een Europees Hof, waar bedrijven vaak een zaak winnen of ze in staat stelt overheidsoptreden voor jaren uit te stellen.

Bij de aanwending van staatssteun zijn er dus veel grijze zones, en politici kunnen de ‘regels van Brussel’ inroepen als een gemakkelijk excuus om niks te doen. Thomas Fazi en Bill Mitchell hebben in hun boek Reclaiming the State betoogd dat de reden waarom nationale politici de constructie van de EU ondersteund hebben deels te herleiden is tot de volgende reden: wie met handen en voeten geboeid is, kan niets verweten worden. Fazi en Mitchell noemen dit de ‘politiek van de depolitisering’, d.w.z. het tegemoetkomen aan de bedrijfsbelangen door de opzettelijke beperking van de ruimte voor democratisch ingrijpen in de economie.

Lauren Dingsdale, een aanstaande kandidaat van Labour in Middlesbrough en gewezen jurist gespecialiseerd in de Europese concurrentiewetgeving, heeft op Twitter geargumenteerd dat dit precies is wat de Tories zullen doen in het geval van British Steel; minister voor economie Greg Clark verwees herhaald naar de staatssteunregels van de EU om zijn zeggenschap over de toekomst van het bedrijf te minimaliseren.  “Mijn grote vrees is dat de Tory-regering en de Tory-parlementariër van de regio, Simon Clarke, simpelweg zullen verwijzen naar staatssteun als reden om niet tussen te komen”, aldus Dingsdale.

Een ‘Reality Check’ van de BBC over de regels in verband met staatssteun en British Steel verduidelijkt nog verder hoe het zit met de mogelijkheid om het bedrijf te nationaliseren, zoals door Labour bepleit: “De staatssteunregels laten toe dat een regering eigenaar is van een bedrijf, maar ze mag het niet op de been houden als het anders zou ten onder gaan. Als een regering bijgevolg de Europese Commissie kan overtuigen dat het opkopen van een bedrijf zinvol zou zijn vanuit het standpunt van een investeerder die winst wil maken, zou dat niet al staatssteun bestempeld worden. Maar in het geval van British Steel zou dit moeilijk zijn vol te houden.”

Veel andere lidstaten van de EU komen op veel ruimere schaal tussen in hun economie dan Groot-Brittannië, maar zijn daarbij niet altijd in strijd met de regels op staatssteun, die ze weten te omzeilen. Het zou dwaas zijn te beweren dat de Tories zich door de regels op de staatssteun gehinderd voelden bij pogingen om tussen te komen in de economie; als overtuigde neoliberalen hadden ze die regels heus niet nodig.

Maar wat betreft Labour, dat zegt de Britse economie te willen omvormen, toont het feit dat de regels op de staatssteun niet een van hun zes criteria 2 zijn om steun te verlenen aan de Brexitdeal van de regering aan in welke mate thema’s als immigratie het denken hebben beheerst, zelfs bij delen van links in Groot-Brittannië.

De Scottish National Party (SNP) klaagt eveneens dat de staatssteunregels van de EU hen tegenhouden, maar de laatste keer, in 2014, dat ze hun voorstellen deden voor een hervorming van de EU werden de staatssteunregels niet vernoemd.

Dat is onmiddellijk relevant voor het geval Bifab, de producent van offshore installaties in Fife die vorig jaar op non-actief werd gezet 3 alvorens een overname van het bedrijf, gesteund door de Schotse regering, het het leven redde. Maar het bedrijf staat nog steeds op het punt gesloten te worden als het geen nieuwe contracten vindt. Nu is er wel sprake van een contract van twee miljard £ voor een windmolenpark op 10 mijl voor de kust van Fife. Maar de Franse energiegigant EDF is eigenaar van de site, en het lijkt erop dat ze het grootste deel van het contract zullen toewijzen aan een Indonesisch bedrijf, eerder dan aan Bifab. Nicola Sturgeon 4 zei dat ze alles zou doen om tussen te komen, zolang het strookt met de staatssteunregels van de EU.

Stellen we nu ons even voor dat er een ander debat gevoerd werd sinds de financiële crash van 2008, een debat dat ertoe strekt dat het niet langer toelaatbaar is dat kapitalistische bedrijven de rijkdommen van deze wereld bezitten en controleren, en dat mensen via hun overheden de controle moeten uitoefenen op het economisch gebeuren. Huisvesting, jobs, lonen, criminaliteit, al de thema’s die door de lens van het immigratieprobleem werden bekeken hadden kunnen beschouwd worden door een veel nauwkeuriger en krachtiger lens: wie bezit en controleert de economie, en in wiens belang? Dat zou ons bij een discussie over de staatssteunregels van de EU gebracht hebben, bij de vraag of die moeten veranderd worden, en welke de beste strategie is om ze te veranderen. Ook nu is het nog niet te laat om dit debat te voeren. 5


 

Voetnoten

  1. Een non-domiciled of non-dom is iemand, Brit of niet, die in de UK verblijft maar er voor de belastingen niet gedomicilieerd is. Het is een formule die rijke individuen toelaat weinig of geen belasting te betalen. [Noot van de vertaler]
  2. Labour’s schaduwminister voor de Brexit Starmer formuleerde in maart zes voorwaarden, ‘red lines’, die moeten vervuld worden opdat de partij een Brexitdeal van de regering zou ondersteunen.  [Noot van de vertaler]
  3. ‘Mothballed’, wat inhoudt dat de infrastructuur van een bedrijf wordt in stand gehouden maar tijdelijk buiten gebruik gesteld. [Noot van de vertaler]
  4. Eerste minister van Schotland en voorzitter van de SNP.
  5. Ik wil als vertaler meteen een elementje aanbrengen in dit inderdaad broodnodige debat. Het is een beetje ironisch, maar in een ander artikel op CommonSpace wordt vermeld dat Schotse vakbonden zich beklagen dat Bifab contracten verliest aan buitenlandse (ook Europese) bedrijven die meer staatssteun krijgen; ze vragen onder andere een onderzoek naar de steun die het bedrijf  Navantia, één van de winnende,  krijgt van de Spaanse staat.
    Het debat draait dus in feite niet alleen rond de legitimiteit van staatssteun, maar ook rond de criteria aangewend bij de gunning van overheidscontracten. In het bovenstaand artikel werd vermeld dat een groot deel van het contract voor offshore elektriciteitswinning voor de kust van Fife waarschijnlijk naar een Indonesisch bedrijf gaat, niet naar Bifab dat aan de Fife kust ligt.  Als nu eens niet (alleen) de offertes met hun financieel-economische nauwe blik als criterium werden genomen, maar (ook) een ecologische inschatting van het energie- en CO2-verbruik  (inclusief transport van onderdelen, reizen van personeel etc.) dat diverse aanbieders impliceren, dan zou men twee vliegen in één klap slaan. Het debat over het geslacht der engelen in verband met ‘onvervalste concurrentie’ zou ineenstuiken, en een wetenschappelijk verantwoord criterium zou in de plaats komen. Ten tweede zou in feite iedereen ermee winnen, want de strijd tegen de klimaatopwarming is globaal. In het geval van het windmolenpark voor de kust van Fife zou Bifab het waarschijnlijk halen, maar bij een Indonesisch project zou een Indonesisch bedrijf waarschijnlijk winnen.  Een geëigende en democratisch gecontroleerde instantie zou hierover moeten oordelen; die kan zich vergissen, die kan misschien zwichten voor lobbys, en bedrijven zullen proberen de nieuwe criteria naar hun hand te zetten; aan de geëigende instantie om dit te vermijden en aan de democratische controle om hierop toe te  zien. Maar er zou op zijn minst een verdedigbaar principe ten grondslag liggen dat zinvoller is dan de ‘eerlijke concurrentie op de vrije markt’, en het zou een flinke deuk betekenen in de kapitalistische logica.
    Vermelden we nog dat volgens een bericht van Politico de Europese Commissie steeds meer staatssteunzaken verliest voor het Europees Hof. Misschien goed nieuws, maar er zou moeten nagegaan worden over welke zaken het precies gaat en waarom ze verloren worden. (H. Michiel)
Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Laat een reactie achter

You must be logged in to post a comment.