Facebook

Bedrijfswereld schrapt EU-milieubeleid

door Nick Meynen (*) , 11 september 2014

De aankondiging van het team van Jean-Claude Juncker, de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, is een soort staatsgreep van de bedrijfswereld en een totale torpedering van het milieubeleid. Dat is heel kort samengevat de boodschap die een coalitie van de grootste milieu-ngo’s in Europa zonet de wereld in stuurde.

“In plaats van duurzaamheid centraal te zetten in zijn nieuwe team, heeft Juncker besloten om het te verbannen naar de marges door het schrappen van de speciale functies van een klimaat en een milieu commissaris. Ook de benoeming van een eerste vice-president voor deregulering die een concurrentiepositie-filter moet zetten op alle initiatieven is onaanvaardbaar”, reageerde Jeremy Wates, de secretaris-generaal van de European Environmental Bureau (EEB, de grootste federatie van milieu-NGOs in Europa). In een brief naar Juncker drukken de tien grootste Europese organisaties die met milieu begaan zijn hun zeer diepe bezorgdheid uit. Wat nu gaande is, is ongezien in de geschiedenis van de EU. Als de plannen van Juncker werkelijkheid worden, dan zal zijn Commissie waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als het moment dat we een gezamenlijke confrontatie met en de aanpak van onze groeiende milieuproblemen opgegeven hebben.

Alvast één reden waarom elke EU burger zich zorgen moet maken: volgens Juncker zou niet het departement milieu, maar het departement ondernemingen moeten beslissen of chemicaliën al dan niet een gevaar voor onze gezondheid vormen. Wat volgt is een beknopt overzicht van de staatsgreep van de bedrijven op de Commissie – zoals uitgelegd in deze brief aan Juncker.

 

De EU-burgers verraden

De structuur van de nieuwe Commissie, de communicaties die Juncker uitstuurde en de keuze van de commissarissen onthullen een drastische inkrimping van het milieubeleid en zelfs een terugrollen van Europese verbintenissen inzake duurzame ontwikkeling, efficiënt gebruik van hulpbronnen, onze luchtkwaliteit, bescherming van de biodiversiteit en de strijd tegen klimaatverandering.
Dit is een regelrecht verraad aan de belangen van EU-burgers.

Een overgrote meerderheid van hen is bezorgd om het milieu. De speciale Eurobarometer van 8 september 2014, toont aan dat ondanks de economische crisis 95% van de 28.000 bevraagde burgers zei dat de bescherming van het milieu belangrijk is voor hen persoonlijk en dat er meer moet worden gedaan.

Het zou concreet betekenen dat de EU zijn ambities terugschroeft in een van de weinige gebieden waar sprake is van een brede consensus over het nut van het EU-optreden. Tenslotte zou het Europa’s positie in de wereld als een pionier en voorvechter van de aanpak van de wereldwijde ecologische crisis totaal vernietigen.

In het bijzonder zijn wij bezorgd dat:

  • de commissaris met speciale bevoegdheden voor milieu plots ook andere veeleisende dossiers in zijn pakket bevoegdheden krijgt. Dit is een duidelijke degradatie van het thema milieu in het pakket aan politieke prioriteiten. Dit wordt nog versterkt door het virtuele gebrek aan elke verwijzing naar het milieu in de verantwoordelijkheden van de vice-voorzitters.
  • het mandaat van de Commissaris voor milieu, maritieme zaken en visserij geheel gecentreerd is op deregulering. Het vraagt om een screening van alle huidige en belangrijke milieu-initiatieven die aan de gang zijn en noemt niet eens de noodzaak om afgesproken EU-doelstellingen te bereiken. Laat staan dat het nieuwe initiatieven omvat.
  • de ambitie uitgesproken is om alle EU Natuurbescherming te herevalueren. Op hoog niveau werd blijkbaar beslist om biodiversiteitsbescherming in de EU af te zwakken. Dit is nog meer verontrustend als men beseft dat de commissaris die deze portfolio kreeg onder intense internationale kritiek staat voor het niet uitvoeren van EU wetgeving om vogels te beschermen.
  • actie voor het klimaat ondergeschikt is aan overwegingen omtrent de energiemarkt door de portefeuilles klimaat en energie samen te voegen, en deze commissaris onder een Vice-President voor een Energie Unie te zetten.
  • de keuze van een Klimaat en Energie Commissaris met gekende belangen in de fossiele brandstof industrie een duidelijk geval van belangenverstrengeling is.
  • de verschuiving van de verantwoordelijkheid voor de betrekkingen met het Europees Agentschap voor chemische stoffen – wiens taak het is om de Europese burgers tegen schadelijke chemicaliën te beschermen – van het departement milieu naar het departement ondernemingen een groot risico voor de bescherming van de gezondheid van EU onderdanen is.
  • het feit dat duurzame ontwikkeling, efficiënt grondstoffengebruik en de groene economie bij geen enkele vicevoorzitter in het takenpakket zit. Dit impliceert een Commissie die zal opereren op basis van een totaal verouderd paradigma van economische groei. Dit oude paradigma past totaal niet meer in een wereldeconomie die tegen zijn limieten aan zit.

De belofte om geen wetgevende initiatieven te nemen die tegen dit beleid in gaan, in combinatie met de afwezigheid van milieu-initiatieven, komt neer op een de-facto afvoeren van het EU milieubeleid. Deze problemen moeten worden aangepakt als de Commissie voor dit team de zegen van het Europees Parlement wil krijgen en wat nog belangrijker is; om te reageren op de behoeften en verwachtingen van alle EU-burgers van de huidige en toekomstige generaties.

“Als je dit alles samen neemt dan gaat het om de volledige uitvoering van de wensenlijst van het bedrijfsleven en het voorop stellen van private belangen boven het algemene belang. De totale en zeer volledige uitschakeling van de milieuagenda van de EU moet al maanden of jaren tevoren in een kleine kring gepland zijn. Zelfs binnen het Europese departement voor milieu kwam dit als een donderslag bij heldere hemel”, besluit Pieter de Pous, die bij de EEB de directeur voor Europees beleid is.

De enige hoop die nog rest is dat het Europees Parlement, die normaal zijn vertrouwen in de nieuwe Commissie moet uitspreken, zijn taak ter harte neemt als hét instituut dat de belangen van alle Europeanen moet vertegenwoordigen. Al is er in de wandelgangen zelfs sprake van het overslaan van die essentiële democratische controle.


 

(*) Nick Meynen is communicatiemedewerker bij het European Environmental Bureau. Daarnaast is hij ook freelance journalist en auteur.
Dit opiniestuk van Nick Meynen verscheen eerder op www.mo.be, de website van MO*magazine.

Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Reacties plaatsen niet mogelijk

%d bloggers liken dit: