Facebook

De groeicultus met uitsterven bedreigd

door Jean Gadrey (*)

verschenen in Le Monde Diplomatique, november 2015
vertaling: Ander Europa

 

Hoe de klimaatchaos vermijden? Mocht de groei in de ontwikkelde landen hernemen, dan zou die het bereiken van de klimaatdoelstellingen verhinderen. Een andere weg naar vooruitgang van de mensheid verdient verkend te worden.

 

Er zijn meerdere verklaringen voor de tendentiële daling van de groeivoet

Vgl. Vier aantekeningen die de auteur hierover publiceerde in oktober en november 2009 op zijn blog, http://alternatives-economiques.fr/blogs/gadrey.
, die we sinds ettelijke decennia waarnemen in de rijke landen en recentelijk ook in de opkomende. Ook gemediatiseerde economen beginnen nu schuchtere hypotheses te wagen over een wereld zonder groei, tenminste voor wat de zogenaamd geavanceerde landen betreft. In de Verenigde Staten is dit het geval voor Paul Krugman en Larry Summers voor wie “een seculaire stagnatie aannemelijk is”
Paul Krugman, « Secular stagnation, coalmines, bubbles, and Larry Summers », The Conscience of a Liberal, 16 november 2013, http://krugman.blogs.nytimes.com.
. In Frankrijk komt de waarschuwing ook van Thomas Piketty: “Is het wel redelijk in te zetten op een terugkeer van de groei om al onze problemen te regelen? Dat zal de wezenlijke uitdagingen waarmee de rijke landen af te rekenen hebben niet oplossen”
Thomas Piketty, « La croissance peut-elle nous sauver ? », Libération, Paris, 23 september 2013.
. Ook Daniel Cohen maant ons dringend aan: “Bevrijden we ons van afhankelijkheid van de groei
Le Monde, 6 januari 2014
.”

 

groei2Enkele zwaluwen maken de lente niet, maar die enkele voorbeelden zijn niet zonder belang, hoewel geen enkele onder hen een essentiële verklarende factor vermeld: de nu al aan de gang zijnde uitputting van de meeste natuurlijke hulpbronnen van de groei. Matthieu Auzanneau, specialist van “de oliepiek”

Onder “oliepiek”(“peak oil”) wordt verstaan het moment waarop het maximum wordt bereikt in de extractie van aardolie, waarna de neergang naar de totale uitputting moet inzetten. Het was oorspronkelijk gebaseerd op een mathematisch model, dat liet zien hoe de olieproductie in de Verenigde Staten zou verlopen, maar wordt nu ook toegepast op de mondiale productie van aardolie en andere fossiele brandstoffen.
en Philippe Bihouix, deskundige op het gebied van fossiele hulpbronnen en mineralen verschaffen ons hierover nauwkeurige vaststellingen
Matthieu Auzanneau, Or noir. La grande histoire du pétrole, La Découverte, coll. « Cahiers libres », Paris, 2015 ; Philippe Bihouix, L’Age des low tech. Vers une civilisation techniquement soutenable, Seuil, coll. « Anthropocène », Paris, 2014.
.

 

Maar de cultus van de groei is in die mate in de geest van onze politieke leiders verankerd dat ook wanneer zij vlammende redevoeringen houden over de strijd tegen de klimaatverandering er steeds haastig aan blijven herinneren dat groei een dwingende noodzaak blijft. M. François Hollande zette al de toon tijdens zijn tussenkomst in Sassenage(Isère) in aug. 2015 : “U weet dat Frankrijk de Klimaatconferentie zal ontvangen. Die moet dus een voorbeeld worden. Tegelijk zijn de nood aan een energietransitie en het aangaan van de klimaatuitdaging ook een uitdaging voor de groei. De groei, die wij willen ondersteunen en stimuleren. En uiteindelijk komt die er zodra we de gereedschappen voor de energietransitie aanwenden”. De Franse president heeft daarna het woord “groei” veertien keer laten vallen in twee minuten, speciaal in deze context : “Mijn doel is de daling van de werkloosheid. En de daling van de belastingen is ook een manier om meer groei te bekomen. Want indien er meer consumptie is, indien er meer vertrouwen komt, zal er meer groei zijn. Alles is bijgevolg verbonden met groei. En groei laat ons ook toe de belastingen te verlagen en belastingvermindering geeft ons meer groei”

«Intervention lors de son déplacement à Sassenage en Isère», 21 augustus 2015, www.elysee.fr .
.

 

Hoe kan men beweren door alles aan groei te verbinden een voorbeeld te zijn inzake het klimaat? Die tegenspraak stoort de talrijke leiders niet, die een nieuwe religie gemeen hebben: de religie van de “groene groei”, de transitie, die geacht wordt de groei te stimuleren, die de transitie zal bevorderen. Oud-president George W. Bush vatte zijn credo op milieugebied samen in de formule: “Economische groei is niet het probleem, het is de oplossing

Redevoering voor de National Oceanic and Atmospheric Administration, Silver Spring (Maryland), 14 feb. 2002.”.

 

“Groene groei” verenigbaar met de eindigheid van de hulpbronnen is een mythe

 

Ongetwijfeld zou men tegenover de klimaatverandering en andere uitingen van de ecologische crisis massaal moeten investeren in hernieuwbare energieën, in isolatie van gebouwen, in energie-efficiëntie, ecologische landbouw, zachte mobiliteit, enz., en dus “de groei” ervan organiseren. Maar door de nadruk te leggen op bijzondere sectoren, waarvan de uitbreiding zou wenselijk zijn gaat men voorbij aan de meest vervelende vragen.

Welke activiteiten en productieprocessen moeten verminderen als men wil rekening houden met hun negatieve impact op het klimaat, de biodiversiteit, de gezondheid van de mens, enz.?

Overigens, welke proportie aan fossiele brandstoffen moet men noodzakelijkerwijze in de bodem laten om de opwarming te beperken? En als het over 60 tot 80% gaat, zoals de meest recente schattingen bevestigen, welke gevolgen kan dat hebben voor een mondiale economische groei, die nog overwegend door deze brandstoffen wordt aangedreven? En meer in het algemeen, is zelfs een zwakke economische groei nog verenigbaar met de uitstootniveaus van broeikasgassen, die vandaag vereist zijn om de kritische concentratiedrempel in de atmosfeer niet te overschrijden?

 

Dankzij de econoom Michel Husson

Michel Husson, « Un abaque climatique », note n° 89 (http://hussonet.free.fr/abacli.pdf), 20 aug. 2015.
beschikken we nu over zeer eenvoudige projecties, die toelaten om vanaf nu tot 2050 de groeivoet van het mondiale Bruto Binnenlands Product(BBP) – of van het BBP per hoofd – te bepalen die nog verenigbaar is met de verschillende scenario’s van het IPPC(Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Hij heeft die projecties opgesteld in functie van hypotheses over het verminderingsritme van “de CO2-intensiteit van het wereld-BBP”
Deze term verwijst naar de uitstoot van CO2 per eenheid geproduceerd BBP.
.groei

Conclusie: “De minimumdrempel, die het IPCC( een halvering van de globale uitstoot tussen 2010 en 2050) als objectief stelt kan slechts worden gehaald door een combinatie van zeer optimistische hypotheses over het reductieritme van de CO2-intensiteit van het BBP(-3% per jaar hetzij het dubbele van wat sinds twintig jaar is waargenomen) en mits het aanvaarden van een drastische vertraging van de groei van het BBP per hoofd(0,6% gemiddeld per jaar in de wereld). De meest ambitieuze doelstelling van het IPCC – een daling van de CO2-uitstoot met 85% van nu tot 2050 – blijkt compleet buiten bereik”. Die zou inderdaad een drastische reductie van de CO2-intensiteit vereisen en een absolute vermindering van het BBP per hoofd.

Daarmee is gezegd dat “groene groei” een mythe is als men door het verbinden van die twee termen een groei veronderstelt die tegelijk verenigbaar zou zijn met de eindigheid van de materiële hulpbronnen(fossiele brandstoffen, mineralen, bebouwbare gronden, wouden, water,…) en met een strikte beperking van de klimaatrisico’s en van de andere schade toegebracht aan de oceanen, de biodiversiteit, enz.

 

Maar hoe moeten we ons dan een wereld voorstellen zonder deze cultus?

Moeten we bereid zijn sociale achteruitgang te aanvaarden in naam van de ecologie?

De devote aanhangers van de groei zitten gevangen in denkschema’s waarin onze toekomst er enkel kan uitzien als een voortdurende reactivering van het verleden. Zij kunnen zich niet voorstellen dat men nog iets anders kan “relanceren” dan geproduceerde hoeveelheden, die geconsumeerde moeten worden ondersteund door massieve publiciteitscampagnes, door geprogrammeerde veroudering en door leven op krediet. En dat onder het herkauwen van hun favoriete argument: zonder voldoende sterke en aanhoudende groei geen jobcreatie, geen daling van de werkloosheid! De ideologische driehoek van het groei-liberalisme – competitiviteit van de ondernemingen brengt groei en groei brengt tewerkstelling – getuigt van een bedroevend simplisme. En toch blijft dit simplisme de richting aangeven voor het politiek beleid.

De realiteit is echter dat de dominante hoofdrolspelers van het neoliberaal kapitalisme de werkloosheid in ere houden als een tuchtigingsmiddel dat hen toelaat looneisen af te blokken en anderzijds arbeid te intensifiëren en onzeker te maken zodat de winsten kunnen aangroeien. Geen enkel project, dat de groei achter zich wil laten, zal slagen als het niet op overtuigende wijze aantoont dat “de relance” van het goede leven in een van vervuiling gevrijwaard milieu duidelijk efficiënter is om de werkloosheid te overwinnen dan de versleten recepten van het groei-liberalisme.

En toch, groei is slechts nodig voor werkschepping als men niet verder kijkt dan het huidige model, dat berust op de eeuwigdurende queeste naar productiviteitswinst: steeds meer produceren met het zelfde volume arbeid. Binnen zo een model leidt nul- of zwakke groei, zwakker dan de productiviteitswinsten, tot een daling van het arbeidsvolume en dus tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen, indien de gemiddelde arbeidstijd per persoon onveranderd blijft. Dan kan men zeker maatregelen ter vermindering en ter herverdeling van de arbeidstijd eisen. En dit is zelfs op korte en middellange termijn het meest efficiënte antwoord op de stijgende werkloosheid, maar daarmee maakt men nog niet de uitstap uit het productivisme.

Daarvoor moet men veeleer de oude programmatuur van “verdeling van de productiviteitswinst”, de erfenis van dertig jaar “welvaartsstaat” of van het Fordisme inwisselen voor een verdelen van de kwaliteits- en duurzaamheidswinst. Het heroriënteren van het productie- en consumptiesysteem volgens een kwalitatieve logica van “zorgzaamheid”(voor personen, sociale relaties, voorwerpen, de biosfeer,…) door de kwaliteit van de sociale en ecologische gemeenschappelijke goederen in het hart van de menselijke activiteit en van de politiek te plaatsen: soberheid in de kwantiteit, welvaart in de kwaliteit. Dit houdt ook in dat men afrekent met de ongelijkheid opdat de nieuwe consumptiewijze voor eenieder toegankelijk zou zijn. Dit is zelfs de belangrijkste voorwaarde opdat men in volkse middens deze overgang niet zou beschouwen als een bestraffende ecologie.

 

Een zachtere economie brengt heel wat meer zinvol werk

 

Men zou dan kunnen constateren dat deze economie, die zachter omspringt met mensen, natuur en arbeid door voorrang te geven aan “low tech”(“lage technologie”,tegenover “hoge technologie”, maar die daarom niet minder innovatie vereist) heel wat meer zinvolle arbeid te bieden heeft dan de huidige productivistische economie. Voor de eenvoudige reden dat men bij identieke hoeveelheden en dus zonder groei, duidelijk meer menselijke arbeid nodig heeft om schoon, groen, gezond en in goede werkomstandigheden te produceren. Zo vereist biologische landbouw b.v. ongeveer 30 tot 40% meer arbeid dan industriële en chemische landbouw om dezelfde hoeveelheden fruit, groenten, granen,… te produceren.

Is deze visie van een andere “grote transformatie” onrealistisch?

Neen, want dergelijke oplossingen zijn nu al zowat overal ter wereld werkzaam. Zij werken en hebben de neiging zich uit te breiden, ondanks de schoten voor de boeg door de lofzangers van het oude model, die nog steeds aan de stuurknuppel zitten. We vinden er talrijke overtuigende voorbeelden van – in India, Latijns-Amerika, Afrika, in de Verenigde Staten en in Europa – in meerdere recente boeken of documentaires

Vgl. vooral Bénédicte Manier, Un million de révolutions tranquilles, Les Liens qui libèrent, Paris, 2012; Marie-Monique Robin, Sacrée Croissance !, La Découverte, coll. « Cahiers libres », 2014 ; Collectif des associations citoyennes (CAC), Ecologie au quotidien, www.associations-citoyennes.net
, om niet te spreken van de plaatselijke experimenten van het Alternatiba-netwerk en zijn stichtende vereniging in Baskenland “Bizi”(“Leven”, in het Baskisch).

Het komt de burgers toe in opstand te komen voor het veralgemenen van een logica, waarin de triade competitiviteit en groei / consumentisme / afstotelijk werk en werkloosheid plaats ruimt voor samenwerking – goed leven/ materiële soberheid / behoorlijk werk met nuttige en zinvolle activiteit …


(*) Jean Gadrey is  een Frans econoom, lid van de wetenschappelijke raad van Attac-France. Hij publiceert o.a. in Alternatives Economiques.

Druk dit bericht af Druk dit bericht af

Reacties plaatsen niet mogelijk