Evenementen

  • Geen evenementen

Facebook

Europees relanceplan in quarantaine

door Herman Michiel
25 april 2020

 

Ik ben Multatuli niet, en durf mijn lezers niet waarschuwen dat mijn verhaal eentonig is. Verhalen over de EU hebben al geen te beste naam, en als je een nieuw bericht als eentonig aankondigt kun je het beter niet schrijven. Maar feiten zijn feiten: opnieuw heeft de top van de EU-leiders van 23 april over het economisch herstel in Europa besloten dat er nog niks besloten is. Er kon zelfs geen gemeenschappelijke eindverklaring bereikt worden zodat Europees ‘president’ Charles Michel in zijn eentje de ‘besluiten’ moest samenvatten. Ja,  de leiders zijn het eens over een aantal dingen: “We waren het allen eens dat de gezondheid en veiligheid van onze burgers op de eerste plaats komt” en “We waren het ook eens om de situatie nauwkeurig te blijven opvolgen”, wat natuurlijk een hele geruststelling is. Naast de staats-en regeringsleiders was ook ECB-voorzitter Christine Lagarde aanwezig en Mario Centeno, de voorzitter van een informele club Eurogroep genoemd, maar de voorzitter van het Europees parlement David Sassoli moest het stellen met “de traditionele gedachtenwisseling“ voor het begin van de videoconferentie.

 

Dringende maatregelen: haast u rustig!

Wat nog vlot passeerde was de goedkeuring van wat reeds op 9 april goedgekeurd was binnen de ‘informele’ Eurogroep en bedoeld voor de onmiddellijke noden:  200 miljard goedkoop geld voor de bedrijven via de Europese Investeringsbank,  een lening van 100 miljard op de kapitaalmarkt (gegarandeerd door 25 miljard die uit de lidstaten moet komen) in het kader van het zgn. SURE-plan (lidstaten kunnen  eruit lenen om de werkloosheidsvergoedingen te betalen) en  tot 240 miljard van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) om goedkope leningen te verschaffen aan landen van de eurozone in het kader van de coronabestrijding. Maar ook in deze crisissfeer lijkt het motto te zijn: haast u rustig. De maatregelen gaan pas in op 1 juni, wat onmiddellijk na de conferentie op ontgoocheling (en misschien een nieuwe protestbrief) onthaald werd door het Europees Vakverbond.

Maar de eigenlijke bedoeling van de videoconferentie van 23 april was de basis te leggen voor een Europees economisch herstelplan op langere termijn. In de voorbije weken waren daarover uit diverse hoofdsteden al uiteenlopende geruchten gekomen, die lieten vermoeden dat discussie over een Europees relanceplan tot nieuwe confrontaties zou leiden. Men zou het heel schematiserend kunnen voorstellen als de tegenstelling tussen de FANG’s (Finland, Oostenrijk, Nederland, Duitsland, of de ‘vrekkige vier’ zoals ze door Michael Roberts genoemd werden, en waaraan Zweden eventueel kan toegevoegd worden) en de PIGS (Portugal, Italië, Griekenland, Spanje). Men kan ook spreken over de ‘kern’ en de ‘periferie’ van de EU,  maar dan is de vraag waartoe Frankrijk behoort. Dit kernland lijkt nu eerder de kant van de periferie te kiezen, waarover verder meer. Er is onenigheid over de benodigde omvang van een herstelplan, over de financiering ervan en over de modaliteiten waarmee de middelen zullen ter beschikking gesteld worden. Omdat de Europese Raad, het hoogste gezagsorgaan in de EU, niet in staat bleek iets te beslissen, werd de beslissing overgelaten aan de Europese Commissie. Deze moet een plan uitwerken, maar wanneer dit op een nieuwe Europese Raad zal besproken worden ligt nog niet vast, het wordt misschien 6 mei.

 

Denkkaders

Als we iets zinnigs willen vertellen over de Europese economische herstelinitiatieven, kan dit dus voorlopig alleen op basis van de ‘denkpistes’ die verschillende regeringen gelanceerd hebben. Ook hier dus enige speculatie, maar wie de Europese aanpak van de financiële crisis, van het Griekse drama enigszins gevolgd heeft, wie de rol van de Duitse en Franse protagonisten en Spaanse en Italiaanse antagonisten in het oog houdt, kan allicht vermoeden welke richting het uitgaat; uiteindelijk verschijnen ijsberen ook niet plots op de evenaar. Een beetje vooruitziendheid op wat komen zal is niet onbelangrijk, aangezien de beslissingen van de komende maanden doorslaggevend zullen zijn voor het volgende decennium en daarna. Maar het is goed het vooraf eventjes te hebben over het feitelijk en conceptueel kader waarbinnen de discussies plaatshebben.

Het kader van de confrontatie tussen FANG’s en PIGS (nog eens: dit is een schematische aanduiding om het beknopt te formuleren) is het volgende 1. Terwijl de eersten doorgaans een overschot op de handelsbalans en de laatsten een tekort hebben, een weerspiegeling van hun respectieve productiviteit, hebben de FANGS over het algemeen minder budgettaire tekorten en lagere staatsschuld; bovendien kunnen ze voor die staatsschuld lenen op de financiële markten aan lage tarieven. Voor de PIGS geldt precies het omgekeerde. Een illustratie van deze toestand is dat men bij de rente op staatsleningen meestal niet spreekt over het precieze percentage, maar over de spread, het renteverschil met Duitsland dat aan de laagste tarieven leent. Natuurlijk vinden de PIGS het onnatuurlijk dat ze, zodra een crisis dreigt, aan hogere tarieven moeten lenen terwijl ze het over het algemeen al moeilijker hebben. Een spread van 1% op een lening van 10 miljard betekent op een looptijd van 10 jaar een meerprijs van 1 miljard… Nochtans behoren die PIGS tot dezelfde muntzone, en wordt hun monetaire politiek door dezelfde Europese Centrale Bank bepaald. De PIGS willen bijgevolg dat hun staatsleningen in naam van de muntunie aangegaan worden, waardoor ze van een gunstig tarief zouden genieten. Dit is ook wat in andere muntunies het geval is, maar dus niet in de Europese.

De FANG’s willen hier niet van weten omdat ze er een ‘transfer-unie’ in zien met alle gevaren van een ‘moral hazard’. Ook al zouden niet onmiddellijk schulden van de ene lidstaat naar de andere getransfereerd worden (elke lidstaat moet instaan voor zijn eigen staatsschuld), het risico wordt wel getransfereerd, want als staat X bankroet gaat moeten de anderen ervoor opdraaien. En dat brengt  ‘moral hazard’ met zich mee, het ‘moreel risico’ dat overheden het geld door de ramen gooien omdat het toch de anderen zijn die zullen betalen. Om het met het fraaie beeld van de voormalige voorzitter van de eurogroep Jeroen Dijsselbloem te zeggen: “Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens bij u om bijstand vragen.” Het is natuurlijk bizar dat men ooit een muntunie heeft willen aangaan met partners die zo diep gewantrouwd worden. Maar hiervoor hadden de FANG’s – toentertijd nog niet als dusdanig bekend, op de G van Germany na – een remedie bij de oprichting van de muntunie: de financiële markten. Lidstaten zouden niet kunnen lenen bij hun centrale bank, de ECB, want dat zou aan één en hetzelfde tarief zijn. Lenen bij de ECB is voorbehouden voor bedrijven en banken die van nature niet verspillen, maar lidstaten moeten lenen op de markt. Ongepast gedrag zal er meteen afgestraft worden door hogere tarieven. Blootstelling aan de markt vermijdt het probleem van de moral hazard. Dat is het fundamentele principe waarop de muntunie gebouwd is, en dat goedgekeurd werd door de lidstaten, ook deze die er nu de dupe van zijn.

 

Denkpistes

De concrete denkpistes in deze crisissituatie situeren zich binnen het hoger geschetste denkkader. Zo is het verzet tegen het PIGS-voorstel van ‘coronabonds’ 2 helemaal te herleiden tot de vrees voor het ‘moreel risico’. De FANG’s verkozen daarom het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme) omdat bij leningen daaruit eisen kunnen gesteld worden (‘ conditionaliteit’)  van sociaal-economische aard (hervorming van de arbeidsmarkt, privatiseringen enz.). Maar voor zover het ging over noodmaatregelen in een acute crisissituatie zou conditionaliteit als al te harteloos overgekomen zijn bij een publieke opinie die toch al niet zo tuk is op haar Europese Unie. Leningen uit het ESM voor strikte coronacrisismaatregelen zouden dus niet vergezeld worden van opgelegde hervormingsprogramma’s, maar zowel in Italië als Spanje is er weinig animo om op het ESM beroep te doen. Maar nu de discussies niet over de acute crisissituatie, maar over een herstelprogramma over een langere periode gaan, is er geen sprake meer om de conditionaliteit te laten vallen. Bovendien is de maximale leencapaciteit van het ESM 500 miljard €, terwijl een herstelprogramma een veelvoud daarvan vereist; de Spaanse premier Sanchez spreekt van 1500 miljard. Er moet dus gezocht worden naar andere pistes.

Over de richting die het zou uitgaan deed Yanis Varoufakis, gewezen Grieks minister van financiën onder Tsipras en nu kopstuk van de Europese hervormingsbeweging DiEM25, een duidelijke voorspelling. Hij had nog wel het wat te optimistische idee dat er op 23 april al iets uit de bus zou komen, maar het is best mogelijk dat zijn voorspelling binnen enkele weken zal uitkomen:

 “Ze zullen een Groot Europees Fonds voor Post-Pandemisch Herstel en Reconstructie aankondigen om indruk te maken op de inboorlingen. Ze zullen enkele indrukwekkend grote eurobedragen noemen die dat in theorie moeten financieren. Maar in werkelijkheid zal het volgende gebeuren: de reeds met schulden overladen lidstaten van de EU zullen borg staan voor leningen die de Europese Commissie aangaat en die ze dan zal toebedelen aan de lidstaten …  als leningen. Kortom, leningen aangegaan door de lidstaten en die bovenop hun schuld zullen komen worden via de Europese Commissie doorgesluisd om zo de indruk te wekken dat de Europese Unie een rol speelt.”

Varoufakis legt hier heel beeldend uit welk soort meel er doorgaans in de EU-molen gemalen wordt. Het is echter des te merkwaardiger dat het alternatief dat hij voorstelt eveneens op een massale verhoging van de overheidsschuld berust. Hij wil voor 1000 miljard € ‘eurobonds’, en ook al zou in zijn plan de ECB daarvoor garant staan, eurobonds blijven leningen die de lidstaten moeten aangaan en die hun schuld nog meer dan bij de bankencrisis de hoogte zullen injagen 3.

Zijn er dan alternatieven om de nakende economische crisis te bestrijden zonder de staatsschulden te verhogen? Die zijn er zeker, en Spanje heeft voorstellen in die richting, gesteund door Italië en door niemand minder dan de prins van het Elysée, Emmanuel Macron. Het fonds van 1500 miljard euro waarover Sánchez het heeft (zie hoger) zou financiële transfers (geen leningen) naar de meest getroffen landen inhouden; de financiering ervan zou berusten op obligaties met een ‘eeuwige’ looptijd, ze zouden met andere woorden niet moeten terugbetaald worden. Maar wie zou een dergelijke obligatie dan wel financieren? Hier zijn er verschillende mogelijkheden. Als de rente aantrekkelijk is kunnen investeerders het beschouwen als een eeuwigdurende inkomstenbron. Maar dat houdt in dat de EU, in de huidige constellatie nog veel waarschijnlijker: de lidstaten die erop beroep doen, ook een eeuwigdurende rente moeten betalen. De rente moet dus laag, en in het ideale geval nul zijn. Ook dat behoort perfect tot de mogelijkheden. De Europese Centrale Bank kan onbeperkt euro’s creëren, en kan bijgevolg de eeuwigdurende obligaties met nulrente opkopen door het nodige geld te creëren zoals ze het zo vaak doet. Eeuwigdurende obligaties met nulrente betekenen een daadwerkelijke hulp in een crisissituatie, waarbij de staatsschuld noch het begrotingstekort met één euro toenemen 4.

 

Ex nihilo?

Een van de traditionele bezwaren tegen geldcreatie ‘ex nihilo’ (‘uit het niets’, of via de mythische ‘geldpersen’, ook wel ‘monetarisering van de schuld’ genoemd) is dat het tot een hollende inflatie zou leiden. Zelfs de linkse econoom Michael Roberts lijkt hiervan overtuigd te zijn, 5. Deze vrees is in ieder geval zeer twijfelachtig in het geval van de eurozone, waar de ECB er nog steeds niet in slaagt om de gemiddelde inflatie op 2% te brengen. en er leningen verstrekt worden aan… negatieve interest, niettegenstaande dat er duizenden miljarden euro’s geïnjecteerd werden in het financieel systeem middels quantitative easing (QE).

Wie het idee van ‘geld uit het niets’ absurd vindt, denkt waarschijnlijk nog steeds dat banken geld van spaarders bijeengaren om het uit te lenen aan bedrijven, hypotheekleners of overheden. Dit idee is even fout als zou de zon rond de Aarde draaien, of de Aarde een platte schijf zijn. ‘Geldcreatie’ is bijna uitsluitend een kwestie van tabellen bij (centrale en andere) banken, waar een lening toestaan niets méér inhoudt dan getallen aanpassen in de gepaste kolommen.

De monetarisering van schuld (in bepaalde gevallen) is ook geen extreem-links plan om ‘het geld uit de wereld te helpen’. Een van de pleitbezorgers is de allesbehalve marxistische econoom Paul De Grauwe 6. Nog krasser is het pleidooi van de meester-belegger George Soros 7. Hij denkt wel aan een rente van 0,5%, wat het Europees budget 5 miljard per jaar zou kosten (minder dan 3% van zijn budget).

Zoals reeds vermeld is ook de Franse president Emmanuel Macron te vinden voor directe subsidiëring van zwaar getroffen lidstaten door de ECB. Dit kan verbazing wekken, maar is het niet nog verbazender dat ‘radicaal links’ hier voorbijgestoken wordt door traditionele economen en liberale politici? Gabi Zimmer, gewezen fractieleider van de radicaal linkse fractie in het Europees Parlement (GUE-NGL) was  toch onlangs nog een van de ondertekenaars van het EuroMemo-pleidooi voor schuldverzwarende coronabonds? De commentaren van deze fractie tijdens een crisis die voor die van de jaren ‘30 niet moet onderdoen zijn totaal ondermaats en een zware ontgoocheling voor wie dacht hier de stem van strijdend links in de EU te zullen horen.

 

Macron de rebel?

Onder die omstandigheden is het niet zo verbazend dat sommigen in Emmanuel Macron een lichtpunt zien in de Europese politiek. Een van hen is Heiner Flassbeck, de vrij bekende eurokritische Duitse linkse keynesiaanse econoom die op zijn blog een ode brengt aan de recente stellingnamen van de Franse president. Deze strijkt inderdaad op een aantal punten tegen de haren van Berlijn in, en het monetariseren van staatsschulden is vloeken in de Duitse Kerk van de Onbevlekte Begroting. Toch geloof ik niet dat we aan de vooravond staan van de grote clash tussen Parijs en Berlijn.

Vooreerst wijzen meningsverschillen tussen verschillende burgerlijke leiders of fracties op een verschil in appreciatie van de toestand en niet op een andere maatschappijkeuze. Men kan zich gemakkelijk inbeelden dat Macrons ervaringen met de Gele Hesjes, en de periodieke roerigheid van de Fransen in het algemeen, hem gevoeliger maken voor sociale onrust dan zijn collega’s aan de andere kant van de Rijn, waar centrum-links en centrum-rechts in goede verstandhouding de grote exportmachine sinds jaar en dag draaiende houden. De Franse economie is ook niet de meest florerende, en de Fransen hebben ook nooit dezelfde verering van hun franc gehad als de Duitsers die van hun Mark. Macron is zich waarschijnlijk beter bewust dan Merkel dat de EU door de huidige crisis dreigt uiteen te vallen; hij ziet misschien ook meer kans om zijn gewicht in de Europese schaal te leggen nu Merkel verzwakt is door de tribulaties rond haar opvolging en de dramatische verzwakking van haar sociaaldemocratische partner.

Het water van de Rijn is waarschijnlijk ook minder diep dan men denkt. Het lijkt me niet zo onwaarschijnlijk om in de coronacrisis de gelegenheid te zien waarbij Duitsland de beurs wat meer opent  op voorwaarde dat de andere eurolanden onvoorwaardelijk hun economie op een ‘Duitse’ leest schoeien. Het Duitse voorstel om economische ‘hervormingen’ met een beetje EU-geld te stimuleren is niet van gisteren, en ook in Berlijn zitten momenteel mensen die weten dat dit een crisis is vergelijkbaar met die van de jaren ’30, en dat er bijgevolg kansen zijn om langgekoesterde hoop in realiteit om te zetten.

 

Corona als buitenkans voor nog meer neoliberale hervormingen?

Op die manier zouden Macron en Merkel elkaar wel eens kunnen vinden. Een aantal ontwikkelingen passen in deze speculatie. Het is niet enkel Macron die het Spaanse idee van eeuwigdurende obligaties goedgezind is, het leeft algemener in de liberale Europese parlementsfractie Renew Europe. Deze  was vroeger bekend onder de naam ALDE en werd geleid door Gie Verhofstadt. Opnieuw zal het velen verbazen, maar ook Verhofstadt is voorstander van eeuwigdurende obligaties om er de gevolgen van de coronacrisis mee bestrijden 8.

Tot zover lijkt alles wel een beetje merkwaardig, maar anderzijds toch ook hoopgevend. Van waar de voorstellen ook mogen komen, ze zouden een relancepolitiek mogelijk maken zonder de lidstaten in diepe schulden te steken. Maar waar zouden deze liberale kopstukken, ook al vóór de coronacrisis bekend voor hun social distancing, hun motivatie plots halen om de liberale verknochtheid aan de markt te doorbreken? Een hint wordt gegeven door Dragoș Pîslaru, een ander lid van het liberale Renew Europe, en binnen het Europees Parlement mederapporteur voor het RISP-dossier. RISP staat voor Reform and Investment Support Programme, dat helemaal kadert binnen het reeds vermelde opzet om ‘structurele hervormingen’ in de lidstaten te stimuleren door er wat geld tegenaan te gooien. RISP stond al voor de crisis in de steigers, maar Dragoș Pîslaru legt uit welke richting men het programma sinds de coronacrisis wil laten uitgaan:

“Gedurende de laatste maanden, te midden de crisis, is het Europees Parlement blijven werken aan de herdefiniëring van een instrument dat een paar jaar geleden gecreëerd werd om structurele hervormingen te stimuleren, zowel binnen als buiten de eurozone.”

Pîslaru legt verder uit dat er daarvoor aanvankelijk maar 17 miljard euro voorzien was in het EU-budget 2021-2027, maar dat dit in het licht van de huidige crisis totaal onvoldoende is. Opnieuw valt het cijfer van 1000 miljard euro, en opnieuw worden eeuwigdurende obligaties als de oplossing vernoemd.

Deze obligaties zouden dan wel nooit moeten terugbetaald worden, maar er zou wel jaarlijks rente moeten op betaald worden 9. Die extra uitgaven zouden bekostigd worden door een verhoogde bijdrage van de lidstaten in het Europees budget. Is het dan volledig toeval dat  Angela Merkel onlangs aankondigde dat er geen sprake kan zijn van coronabonds, maar wel van een verhoogde Duitse bijdrage in het Europees budget?

Of het binnenkort zover komt staat natuurlijk helemaal niet vast, maar voor het liberaal Europees project lijkt zulk scenario over heel wat troeven te beschikken. Macron behaalt een groot succes, terwijl Duitsland zijn vrekkig imago kan oppoetsen tegen een zeer modeste prijs 10. Het sterke ongenoegen van Madrid en Rome over de Europese aanpak van de coronacrisis zou verstillen, terwijl er geen sprake is van ‘moral hazard’ of schuldentransfer. En dan is er nog de hoofdprijs: een pot van 1000 miljard 11  is heel wat anders dan de schamele 17 miljard (over 7 jaar te verdelen!) die voorzien waren voor RISP om er de gewenste structurele hervormingen mee te stimuleren. Een grote pot geld die kan uitgedeeld (niet: uitgeleend) worden fungeert natuurlijk als wortel, maar de fenomenale crisis die alle lidstaten meemaken maakt er ook een stok van. De hervormingseisen die zouden gesteld worden om een deel van de pot te krijgen zouden door regeringen veel gemakkelijker kunnen verantwoord worden onder de zware economische crisis die zal volgen.

Waarschijnlijk zal het allemaal nog anders verlopen, maar het zou vanwege vakbonden, linkse partijen en burgers in het algemeen een zware fout zijn te geloven dat het liberale Europa nu wel zijn lesje geleerd heeft en de EU een nieuwe, socialere richting inslaat. De plannen met RISP zijn maar één uiting van never waste a good crisis…


 

Hits: 258

Voetnoten

  1. Noteer dat FANG’s en PIGS allebei tot de eurozone behoren, die toch maar 19 van de 27 lidstaten van de EU bevat. Meer dan 100 miljoen inwoners van de EU bevinden zich buiten de eurozone.  
  2. Zie De markt als medicijn.
  3. Voor een uitgebreide kritiek van de voorstellen van DiEM25 over de coronacrisis, zie Eric Toussaint en Eva Betavatzi, Critique du plan de DiEM25 pour faire face à la crise du Covid-19 en Europe.
  4. Voor meer uitleg over ‘perpetual bonds’, zie bv. Peter Franklin, Will a desperate EU resort to ‘perpetual bonds’?
  5. Zie zijn recent artikel Kiezen tussen leven of levensonderhoud?
  6. Zie zijn recente artikels in MO, CEPS of De Standaard.
  7. George Soros, 23 april 2020, The EU should issue perpetual bonds to fund the economic recovery from coronavirus
  8. Gie Verhofstadt, 15 april 2020, Toward a European Reconstruction Fund. Hier is sprake van de uitgifte van consols, wat de historische naam is van de eerste dergelijke obligaties. Net zoals Soros heeft hij het over een bedrag van 1000 miljard euro, maar de rentevoet zou wel vijf keer hoger liggen (2,5%) dan wat de multimiljardair voorstelt.
  9. We vermeldden reeds het percentage van 2,5% vernoemd door Verhofstadt, dus een stuk hoger dan wat Soros insinueerde, en in ieder geval niet de nulrente die mogelijk zou zijn als de ECB de ‘consols’ opkocht. Dit wijst er meer dan waarschijnlijk op dat in het liberale plan de obligaties op de financiële markten zouden aangeboden worden, die op die manier het niet onaantrekkelijke vooruitzicht zouden hebben van een eeuwigdurende jaarlijkse geldstroom van 25 miljard € uit het Europees budget, wat momenteel neerkomt op zowat 15% daarvan.  
  10. Stel dat de extra inbreng in het Europees budget proportioneel is met het BBP, zou dit Duitsland 5 miljard kosten, een bescheiden bedrag, waarvan een deel kan terugkeren uit de pot van 1000 miljard.
  11. 1000 miljard of meer; de Spaanse premier sprak van 1500 miljard, en ook het cijfer van 2000 miljard was al te horen.

 

Een reactie op “Europees relanceplan in quarantaine”

  1. Als ik dit artikel goed begrijp suggereert Herman hier dat de Europese Centrale Bank geld kan scheppen “uit het niets”, door “de geldpersen te laten draaien”, zonder dat iemand daarvoor hoeft op te draaien. Dat lijkt zo een voor de hand liggende oplossing om de nodige fondsen te verzamelen voor een economisch herstelplan. Voor inflatie hoeven we niet te vrezen, want daar hebben we al jaren geen last meer van. Toch?
    Dat lijkt me toch wat kort door de bocht.
    Veronderstel een economie met een geldhoeveelheid van 1000 euro. Als de Centrale Bank in die economie 1000 euro extra in circulatie brengt, zodat het totaal op 2000 euro komt, is elke euro nog maar de helft waard. In de praktijk gaat dat als volgt: omdat er meer geld in circulatie komt stijgt de vraag, de prijzen gaan dan stijgen (in ons voorbeeld verdubbelen), je krijgt dus inflatie, wat betekent dat elke euro de helft aan waarde verliest, Voorheen betaalde je voor bijvoorbeeld een WC-rol één euro, nu twee.
    Je kan denken: iedereen heeft dan twee maal zoveel euro’s, die elk de helft waard zijn, er is dus niets veranderd. Maar in werkelijkheid treft inflatie niet iedereen op dezelfde manier. Mensen met lonen of uitkeringen die de inflatie niet volgen zijn de pineut. Mensen met vastrentende waardepapieren ook. Bezitters van waarden waarvan de prijs sneller stijgt dan de inflatie (immobiliën, aandelen, …) zijn de winnaars van de inflatielotto.
    Inflatie veronderstelt wel dat de extra euro’s inderdaad de vraag doen toenemen. Dat is in de praktijk niet altijd het geval. De VS hebben bijvoorbeeld het geluk dat veel van hun extra gecreëerde dollars door andere landen (China) worden opgepot, als reserves, met als ‘positieve bijvangst’ dat die landen van de weeromstuit net zoals de VS er belang bij hebben dat de dollar niet aan waarde verliest.
    Meer in het algemeen zijn veel van de enorme extra monetaire middelen die de laatste jaren “uit het niets” werden gecreëerd niet in de “reële economie” terecht gekomen om daar de vraag en dus de economische activiteit aan te zwengelen, maar in een apart circuit, namelijk de financiële markten. Daar zijn de prijzen van aandelen en andere financiële producten geëxplodeerd, met als gevolg een opstapeling van enorme hoeveelheden ‘fictief kapitaal’. Dit kapitaal is fictief in die zin dat dit kapitaal zou verdwijnen als sneeuw voor de zon zodra het wordt omgezet in “vraag” naar goederen in de reële economie. Dat zou immers leiden tot hyperinflatie.
    Maar dat gebeurt dus niet. De financiële markten blijven zichzelf voeden. En dit ‘fictieve’ kapitaal heeft wel de kracht om bedrijven op te kopen, investeringen te sturen, en dus uiteindelijk de richting van de maatschappelijke ontwikkeling te bepalen. Het aandeel van dit ‘fictieve’ kapitaal in de totale economie bepaalt wel degelijk de krachtverhoudingen tussen maatschappelijke groepen.
    Het punt dat ik hier wil maken is dus dat de “uit het niets” geschapen monetaire middelen niet tot inflatie hebben geleid omdat zij niet in de “reële economie” zijn terecht gekomen, en er dus ook niet in geslaagd zijn die “reële economie” uit de lange stagnatie te halen. Het alternatief is daarom: ofwel lukt het ditmaal met extra monetaire middelen de economie weer op gang te trekken, maar dan gaat dit ten koste van inflatie, ofwel lukt het niet, en dan krijg je ook geen inflatie, misschien zelfs deflatie, maar dan ben je dus niets opgeschoten met je herstelplan.
    Na de financiële crisis van 2007-2008 was de overheidsschuld in de rijke landen met ongeveer een derde toegenomen. Dat is deels weer weggewerkt door een combinatie van bezuinigingen en hogere belastingen.
    Het ziet er niet naar uit dat dezelfde recepten ditmaal politiek haalbaar zijn: na corona zijn bezuinigingen in de openbare sector vast niet populair, en oneerlijke fiscale maatregelen ook moeilijk te verkopen.
    Daarom lijkt het me niet op voorhand uit te sluiten dat gepoogd gaat worden via inflatie uit de schuldenberg te groeien. Makkelijk zal dat inderdaad niet zijn, omdat niet duidelijk is hoe het kapitalisme de uitzonderlijke groei van na WO II zou kunnen herhalen. Maar het lijkt me niet slim het gevaar van hoge inflatie nu al te bagatelliseren.
    Het alternatieve scenario is overigens een verdere groei van het ‘fictief kapitaal’, dus van de maatschappelijke ongelijkheid, als “het nieuwe normaal”.
    Een pijnloos geld scheppen uit het niets zit er volgens mij niet in.

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *